ECLI:NL:CRVB:2022:2483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellante kreeg haar Ziektewet-uitkering beëindigd per 12 oktober 2019 omdat het UWV vaststelde dat zij meer dan 65% van haar oorspronkelijke loon kon verdienen. Hoewel zij niet meer in staat werd geacht haar oude functie als verkoopster uit te oefenen, kon zij wel andere functies vervullen.
Het UWV verklaarde het bezwaar van appellante tegen deze beslissing ongegrond. De rechtbank Oost-Brabant oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had gedaan en de belastbaarheid van appellante juist had ingeschat, mede op basis van medische informatie van verzekeringsartsen. Appellante had geen nieuwe medische gegevens aangeleverd die haar beperkingen zouden bevestigen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat haar beperkingen werden onderschat, maar zonder nieuwe medische onderbouwing. De Centrale Raad van Beroep vond geen reden om aan het medisch onderzoek te twijfelen en zag geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijk deskundige. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering omdat appellante meer dan 65% van haar loon kan verdienen.