Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:2492

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 november 2022
Publicatiedatum
24 november 2022
Zaaknummer
22 / 838 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:84 AwbArt. 8:104 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd in hoger beroep tegen uitspraak voorzieningenrechter

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam, waarin een verzoek om een voorlopige voorziening werd behandeld. De voorzieningenrechter had op grond van artikel 8:84 Awb Pro beslist. De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek op de zitting gehouden op 16 augustus 2022, waarbij partijen verschenen en vertegenwoordigd waren. Tijdens de zitting is ook onderzocht of partijen tot een oplossing konden komen, maar dat bleek niet het geval.

De Raad heeft vervolgens overwogen dat artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) expliciet bepaalt dat tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84, eerste lid, van de Awb geen hoger beroep mogelijk is. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep zich onbevoegd om het hoger beroep te behandelen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.N.A. Bootsma in aanwezigheid van griffier Y.S.S. Fatni en uitgesproken in het openbaar op 8 november 2022.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd om het hoger beroep te behandelen.

Uitspraak

22.838 PW

Datum uitspraak: 8 november 2022
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2021, 21/4957 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
Syncasso Gerechtsdeurwaarders, te Amsterdam (Syncasso)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. Bij de aangevallen uitspraak heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank met toepassing van artikel 8:84, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beslist op het verzoek om een voorlopige voorziening van appellant.
De Raad heeft appellant vrijstelling verleend van het betalen van griffierecht.
Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 16 augustus 2022. Appellant is verschenen. Syncasso heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.E. Priester.
Op de zitting zijn gelijktijdig behandeld de zaken 22/835 PW, 22/837 en 22/2140 PW-VV. In die zaken wordt apart uitspraak gedaan. In die zaken heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam zich laten vertegenwoordigen door S.S. Kisoentewari.
Op de zitting is onderzocht of partijen onderling tot een oplossing zouden kunnen komen, maar dat bleek niet zo te zijn.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder d, van de Awb staat dat tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84, eerste lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld.
Daarom zal de Raad zich onbevoegd moeten verklaren.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door J.N.A. Bootsma, in tegenwoordigheid van Y.S.S. Fatni als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 november 2022.
(getekend) J.N.A. Bootsma
(getekend) Y.S.S. Fatni