Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:2493

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 november 2022
Publicatiedatum
24 november 2022
Zaaknummer
22 / 835 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:84 AwbArt. 8:104 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheidsverklaring Centrale Raad van Beroep inzake hoger beroep tegen uitspraak voorzieningenrechter rechtbank

In deze zaak heeft de appellant hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam, waarin voorlopige voorzieningen waren toegekend op grond van artikel 8:84, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Centrale Raad van Beroep heeft onderzocht of zij bevoegd is om kennis te nemen van dit hoger beroep. Op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder d, van de Awb is hoger beroep tegen uitspraken van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84, eerste lid, Awb uitgesloten.

Daarom heeft de Raad zich onbevoegd verklaard om het hoger beroep te behandelen. Tevens is geoordeeld dat de voorzieningenrechter van de Raad niet bevoegd is ten aanzien van het verzoek om een voorlopige voorziening. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.N.A. Bootsma, in aanwezigheid van griffier Y.S.S. Fatni, op 8 november 2022.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen uitspraken van de voorzieningenrechter van de rechtbank.

Uitspraak

22.835 PW, 22/837 PW, 22/2140 PW-VV

Datum uitspraak: 8 november 2022
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer en voorzieningenrechter
Uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraken van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 4 oktober 2021, 21/4234 (aangevallen uitspraak 1) en van
20 december 2021, 21/5356 (aangevallen uitspraak 2) en uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)
PROCESVERLOOP
Bij de aangevallen uitspraken heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank met toepassing van artikel 8:84, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beslist op verzoeken om voorlopige voorzieningen van appellant die hij bij de rechtbank had ingediend.
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraken en hij heeft de Raad verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De Raad heeft appellant vrijstelling verleend van het betalen van griffierecht.
Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 16 augustus 2022. Appellant is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door S.S. Kisoentewari.
Op de zitting is gelijktijdig behandeld de zaak 22/838 PW. In die zaak wordt apart uitspraak gedaan. In de zaak 22/838 PW was voor Syncasso Gerechtsdeurwaarders aanwezig
mr. G.E. Priester.
Op de zitting is onderzocht of partijen onderling tot een oplossing zouden kunnen komen, maar dat bleek niet zo te zijn.

OVERWEGINGEN

De aangevallen uitspraken
In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder d, van de Awb staat dat tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84, eerste lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld.
Daarom zal de Raad zich onbevoegd moeten verklaren.
Het verzoek om een voorlopige voorziening
Hieruit volgt dat ook de voorzieningenrechter ten aanzien van het verzoek om een voorlopige voorziening niet bevoegd is.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep en de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verklaren zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door J.N.A. Bootsma, in tegenwoordigheid van Y.S.S. Fatni als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 november 2022.
(getekend) J.N.A. Bootsma
(getekend) Y.S.S. Fatni