ECLI:NL:CRVB:2022:2496
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens toepassing kostendelersnorm na beëindiging studie meerderjarige zoon
Appellante ontvangt sinds 1998 bijstand en woonde samen met haar meerderjarige zoon A, die tot 18 april 2018 studeerde. Het college herzag haar bijstand en paste de kostendelersnorm toe vanaf die datum, omdat appellante niet had gemeld dat A was gestopt met studeren.
Appellante voerde aan dat zij de inlichtingenplicht niet had geschonden omdat A geen inkomsten had en zij hem volledig onderhield. Ook stelde zij dat toepassing van de kostendelersnorm tot een financieel schrijnende situatie leidde en dat dit een buitensporige last vormde.
De Raad oordeelde dat appellante redelijkerwijs had moeten weten dat het stoppen met studeren invloed had op haar recht op bijstand en dat zij dit had moeten melden. De kostendelersnorm is correct toegepast, ongeacht het feit dat A geen inkomsten had. Er was geen sprake van een zeer bijzondere situatie die individuele afstemming rechtvaardigde en ook geen onderbouwing voor een buitensporige last. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van bijstand bevestigd.