ECLI:NL:CRVB:2022:2506
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Appellant heeft vervolgens verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, stellende dat hij uitstel wilde vanwege onduidelijkheid over de ingangsdatum van zijn AOW.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het griffierecht vooraf betaald moet worden voor een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep, zoals voorgeschreven in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Ondanks het verzoek om uitstel voor het indienen van nadere gronden, betekent dit niet dat het griffierecht niet betaald hoeft te worden.
De Raad concludeert dat het hoger beroep terecht niet-ontvankelijk is verklaard en verklaart het verzet ongegrond. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in aanwezigheid van griffier I. van der Houdt, op 24 november 2022.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.