ECLI:NL:CRVB:2022:2507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- L.M. Tobé
- A. BeukerTilstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid minister en rechtmatigheid in rekening brengen servicekosten dienstwoning
Appellant was gedurende zijn uitzending naar New York gehuisvest in een dienstwoning op grond van de Regeling dienstwoningen BZ. De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) is bevoegd rechtspositionele besluiten te nemen, waarbij de minister van Buitenlandse Zaken namens EZK kan besluiten en bezwaren behandelen.
Appellant betwistte de bevoegdheid van de minister van Buitenlandse Zaken en de grondslag voor het in rekening brengen van servicekosten. De Raad oordeelde dat het mandaat aan de minister van Buitenlandse Zaken rechtsgeldig is en dat artikel 64 van Pro het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken (RDBZ) een wettelijke grondslag biedt voor het in rekening brengen van servicekosten als onderdeel van onderhoudskosten.
Verder was het appellant redelijkerwijs duidelijk dat hij servicekosten moest betalen, mede omdat hij bij zijn aanstellingsbesluit op de regeling was gewezen en de huurovereenkomst servicekosten bevatte. De berichten van het ministerie van Buitenlandse Zaken maakten bovendien duidelijk dat servicekosten vanaf 1 mei 2017 zouden worden verrekend. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de minister van Buitenlandse Zaken bevoegd is en dat de servicekosten terecht bij appellant in rekening zijn gebracht.