ECLI:NL:CRVB:2022:2510
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag kwijtschelding aanvullende beurs wegens te late indiening
Appellant diende op 15 april 2019 een aanvraag in voor kwijtschelding van de aanvullende beurs, terwijl de wettelijke termijn was verstreken. De minister wees de aanvraag af wegens te late indiening, een besluit dat door de rechtbank Rotterdam werd bevestigd. Appellant voerde aan dat hij de informatiebrief over de aanvraagtermijn niet had ontvangen en dat de minister op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel de brief per post had moeten sturen in plaats van digitaal.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de minister terecht geen toepassing van de hardheidsclausule heeft overwogen. De wetgever heeft duidelijk bepaald dat te laat ingediende aanvragen niet in behandeling worden genomen. De informatiebrief was per post verzonden en later ook digitaal beschikbaar, en appellant was zelf verantwoordelijk voor het tijdig indienen van de aanvraag.
De Raad benadrukte dat het financiële belang van appellant niet kan leiden tot het negeren van de formele indieningstermijn. De aanvullende stelling van appellant dat de brief aangetekend of meermalen had moeten worden verzonden, werd verworpen wegens gebrek aan rechtsgrond. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag tot kwijtschelding van de aanvullende beurs wordt afgewezen wegens te late indiening.