ECLI:NL:CRVB:2022:2515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De Raad heeft appellante meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen een bepaalde termijn. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig voldaan.
Daarnaast bevatte het ingediende beroepschrift geen gronden, terwijl dit volgens de Algemene wet bestuursrecht verplicht is. Appellante kreeg meerdere kansen om dit te herstellen, maar heeft de gestelde termijnen voor het indienen van beroepsgronden niet nageleefd.
De Raad oordeelt dat appellante hierdoor in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 23 november 2022 door D. Hardonk-Prins.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden.