ECLI:NL:CRVB:2022:2520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering studiefinanciering wegens niet-wonen op BRP-adres
Appellante stond ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) op een bepaald adres en ontving studiefinanciering als uitwonende studente. Na een huisbezoek door controleurs concludeerde de minister dat appellante niet op het BRP-adres woonde en herzag de studiefinanciering met terugwerkende kracht, waarbij een bedrag van €2.786,61 werd teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de bevindingen van het huisbezoek voldoende feitelijke grondslag boden voor de herziening. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel degelijk op het BRP-adres woonde, maar dat de controle plaatsvond tijdens een verhuizing waardoor een verkeerde indruk was ontstaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante geen wezenlijk nieuwe gronden had aangevoerd en onderschreef het oordeel van de rechtbank. Het rapport van het huisbezoek en de verklaring van de hoofdbewoner wezen erop dat appellante niet haar hoofdverblijf had op het BRP-adres. De Raad concludeerde dat de minister terecht van deze feiten is uitgegaan en dat de financiële gevolgen voor appellante niet tot een andere beslissing leiden.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening en terugvordering van studiefinanciering bevestigd.