ECLI:NL:CRVB:2022:2522

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 november 2022
Publicatiedatum
25 november 2022
Zaaknummer
22/1582 Wajong
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen beroepsgronden door UWV

Het UWV heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar heeft nagelaten tijdig de gronden van het beroep in te dienen zoals vereist op grond van artikel 6:5 Awb Pro. De Raad heeft het UWV meerdere malen in de gelegenheid gesteld dit te herstellen, met termijnen en uitstelverzoeken, maar deze zijn ongebruikt voorbijgegaan.

Een uitstelverzoek van het UWV werd bovendien te laat ingediend, zonder dat er redenen waren die dit verzuim konden verontschuldigen. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de aangevallen uitspraak van de rechtbank in stand blijft.

De Raad heeft het UWV een griffierecht van € 543,- opgelegd, maar heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander en uitgesproken op 21 november 2022.

Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de beroepsgronden.

Uitspraak

Datum uitspraak: 21 november 2022
22/1582 Wajong
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 april 2022, 20/7760 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Het Uwv heeft hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.
Bij brief van 15 juni 2022 is het Uwv in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
Het Uwv heeft bij brief van 6 juli 2022 om uitstel gevraagd voor het indienen van de gronden. Bij brief van 7 juli 2022 heeft de Raad uitstel verleend en is de termijn voor het indienen van de gronden verlengd tot en met 10 augustus 2022.
Het Uwv heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 15 augustus 2022 is aan het Uwv nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is het Uwv erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.
Het Uwv heeft ook die termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij e-mail van 13 september 2022 heeft appellant nogmaals verzocht om uitstel voor het indienen van de gronden. De laatste dag om de gronden in te dienen is 12 september 2022. Het uitstelverzoek van het Uwv is te laat bij de Raad ingediend.
Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Nu de aangevallen uitspraak in stand blijft, dient van het Uwv een griffierecht van € 543,- te worden geheven.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep:
  • verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
  • bepaalt dat van het Uwv een griffierecht van € 543,- wordt geheven.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van J.M. Labage als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 november 2022.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) J.M. Labage
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.