Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat van het Uwv een griffierecht van € 543,- wordt geheven.
Centrale Raad van Beroep
Het UWV heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar heeft nagelaten tijdig de gronden van het beroep in te dienen zoals vereist op grond van artikel 6:5 Awb Pro. De Raad heeft het UWV meerdere malen in de gelegenheid gesteld dit te herstellen, met termijnen en uitstelverzoeken, maar deze zijn ongebruikt voorbijgegaan.
Een uitstelverzoek van het UWV werd bovendien te laat ingediend, zonder dat er redenen waren die dit verzuim konden verontschuldigen. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de aangevallen uitspraak van de rechtbank in stand blijft.
De Raad heeft het UWV een griffierecht van € 543,- opgelegd, maar heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander en uitgesproken op 21 november 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de beroepsgronden.