Uitspraak
22.788 WIA
OVERWEGINGEN
auto-ongeval gehad.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was tot april 2018 werkzaam als administratief medewerkster en ontving vanaf mei 2018 een WW-uitkering. Na twee auto-ongevallen meldde zij zich ziek en werd haar arbeidsongeschiktheid beoordeeld door het UWV. Een arts stelde beperkingen vast en een arbeidsdeskundige berekende een arbeidsongeschiktheid van circa 25%.
Het UWV weigerde een WIA-uitkering per 11 december 2020 omdat de arbeidsongeschiktheid onder de 35% lag. Dit besluit werd bevestigd in bezwaar en beroep, waarbij medische rapporten en arbeidsdeskundige beoordelingen zorgvuldig en consistent waren. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat haar gezondheidstoestand ernstig was verslechterd, onder meer door rugklachten en psychische klachten. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was, dat de beperkingen passend waren en dat een verdergaande urenbeperking niet was aangetoond.
De Raad concludeerde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht had vastgesteld en de weigering van de WIA-uitkering terecht was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.