Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:2543

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 november 2022
Publicatiedatum
29 november 2022
Zaaknummer
20/3245 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming door UWV en kostenveroordeling

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV op 25 april 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen waarbij het volledig aan de bezwaren van appellant tegemoet is gekomen. Naar aanleiding hiervan heeft appellant het hoger beroep op 13 juni 2022 ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot intrekking van het hoger beroep geaccepteerd. Op grond van artikel 8:75a Awb kan het bestuursorgaan worden veroordeeld in de kosten indien het geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan de bezwaren van de indiener van het beroepschrift. Deze regeling is ook van toepassing op hoger beroep volgens artikel 8:108 Awb Pro.

De Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant, begroot op €1.518,-, bestaande uit kosten voor zowel het beroep als het hoger beroep. Voor het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak is gedaan op 16 november 2022 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant van in totaal €1.518,- vanwege volledige tegemoetkoming en intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 16 november 2022
20/3245 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 3 augustus 2020, 19/6564 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. L.B. de Jong, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 25 april 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Op 13 juni 2022 heeft mr. De Jong namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft in een brief van 5 juli 2022 laten weten geen bezwaar te hebben tegen de door appellant gevraagde proceskostenveroordeling.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 25 april 2022 volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 759,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift) en € 759,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift). In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding voor verleende rechtsbijstand € 1.518,-.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.518,-.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 november 2022.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) H. Alajai