ECLI:NL:CRVB:2022:2547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep en proceskostenveroordeling in WIA-zaak
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Het UWV heeft op 14 januari 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen waarin het volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellante. Naar aanleiding hiervan heeft appellante het hoger beroep op 25 april 2022 ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van het UWV.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken voor de rechtsbijstand in bezwaar en hoger beroep.
De proceskosten zijn begroot op € 1.082,- voor de behandeling van het bezwaar en € 759,- voor het hoger beroep, in totaal € 1.841,-. Voor het griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak is gedaan op 16 november 2022 door S.B. Smit-Colenbrander.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1.841,- aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep.