ECLI:NL:CRVB:2022:255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening afgewezen wegens niet tijdige betaling griffierecht
Verzoeker heeft een verzoek om herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is betaling van griffierecht verplicht bij het indienen van een beroepschrift, en dit geldt overeenkomstig ook voor een verzoek om herziening op grond van artikel 8:119 Awb Pro.
Verzoeker is per brief en aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €134,- binnen een gestelde termijn. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig betaald. Op basis van de beschikbare gegevens kan niet worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk en wordt het verzoek zonder inhoudelijke behandeling afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.