ECLI:NL:CRVB:2020:3379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Vervolgens heeft appellant verzet aangetekend en verzocht om een nieuwe nota voor het griffierecht. De Centrale Raad van Beroep heeft dit verzet behandeld en vastgesteld dat appellant geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die rechtvaardigen dat hij niet in verzuim is geweest met de betaling.
De Raad oordeelt dat de wet geen mogelijkheid biedt om een nieuwe termijn voor betaling van het griffierecht toe te kennen. Daarom verklaart de Raad het verzet ongegrond. Tevens is er geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet.
De beslissing is genomen tijdens een zitting waarbij appellant niet is verschenen. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 december 2020.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet-betaling van het griffierecht.