ECLI:NL:CRVB:2022:2554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen onbevoegdverklaring hoger beroep in bestuursrecht afgewezen
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland betreffende een voorlopige voorziening. De Centrale Raad van Beroep had zich eerder onbevoegd verklaard om kennis te nemen van dit hoger beroep, vanwege het appèlverbod zoals neergelegd in artikel 8:104, tweede lid, Awb.
Appellant heeft hiertegen verzet ingesteld en aangevoerd dat er feiten en omstandigheden zijn die doorbreking van het appèlverbod zouden rechtvaardigen. Tijdens de zitting op 4 november 2022 waren beide partijen echter niet aanwezig.
De Raad overweegt dat appellant geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die afwijken van het eerdere hoger beroep. Hierdoor is er geen reden om het appèlverbod te doorbreken. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in aanwezigheid van griffier F.C. Meershoek, en uitgesproken op 29 november 2022.
Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring van de Raad wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk.