ECLI:NL:CRVB:2022:256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beslissing op verzoek om wraking in hoger beroep sociale zekerheidszaak
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel en vervolgens een verzoek om wraking ingediend tegen de rechters van de Centrale Raad van Beroep. Hij stelde dat hij geen objectieve medische gegevens van het UWV had ontvangen en dat zonder deze gegevens een eerlijk proces niet mogelijk zou zijn. Tevens gaf hij aan geen vertrouwen te hebben in de rechters en wilde hij een eerlijke rechtszaak afdwingen.
De Raad overweegt dat op grond van artikel 8:15 Awb Pro een verzoek om wraking alleen kan worden gedaan tegen rechters die daadwerkelijk bij de zaak betrokken zijn. Omdat het hoger beroep nog niet aan een rechter van de Raad is toegewezen, kan er nog geen sprake zijn van vrees voor partijdigheid of vooringenomenheid. Daarnaast kan een verzoek dat zich richt tegen de Raad als geheel niet als wrakingsverzoek worden aangemerkt.
Op basis van de Wrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 wordt het verzoek om wraking daarom niet in behandeling genomen. Er is ook geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De beslissing is uitgesproken door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 27 januari 2022.
Uitkomst: Het verzoek om wraking wordt niet in behandeling genomen omdat het hoger beroep nog niet aan een rechter is toegewezen en er geen vrees voor partijdigheid bestaat.