ECLI:NL:CRVB:2022:2567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht bijstand wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante vroeg bijstand aan met ingang van 27 mei 2020, de datum waarop zij zich in de BRP inschreef bij de gemeente Delft. Het college kende bijstand toe vanaf 13 juli 2020, de datum waarop de aanvraag daadwerkelijk werd ingediend. Appellante maakte bezwaar tegen deze ingangsdatum en stelde dat de coronapandemie en haar ongeletterdheid het eerder indienen belemmerden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad overwoog dat bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt verleend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Appellante had niet aannemelijk gemaakt dat zij vóór 13 juli 2020 actie had ondernomen richting het college die tot een eerdere aanvraag had moeten leiden.
Daarnaast stond appellante al onder bewind ten tijde van haar inschrijving, en had zij eerder hulp kunnen inroepen bij haar bewindvoerder. Het niet eerder indienen van de aanvraag kwam volledig voor haar rekening. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigen, waardoor het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de bijstand wordt toegekend vanaf 13 juli 2020 zonder terugwerkende kracht.