ECLI:NL:CRVB:2022:261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tijdelijke ontheffing arbeidsverplichtingen bij niet-duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellant ontvangt sinds 2015 bijstand en verzocht in 2020 om vrijstelling van arbeidsverplichtingen op grond van de Participatiewet. Het college liet een belastbaarheidsonderzoek uitvoeren door A-REA, dat concludeerde dat appellant door medische beperkingen geen regulier werk kan verrichten, maar verbetering verwacht wordt en een heronderzoek over een jaar wenselijk is.
Op basis van dit advies besloot het college appellant tijdelijk vrij te stellen van arbeidsverplichtingen voor één jaar, maar niet volledig en duurzaam. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, wat appellant in hoger beroep aanvocht met het standpunt dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.
De Raad oordeelt dat het college terecht het advies van A-REA als uitgangspunt heeft genomen. Appellant heeft onvoldoende bewijs geleverd om het advies te betwisten of aan te tonen dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De Raad benadrukt dat artikel 9 van Pro de Participatiewet de mogelijkheid biedt tot tijdelijke ontheffing bij dringende redenen, maar volledige en duurzame vrijstelling alleen geldt bij aantoonbare volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. Appellant heeft dit niet aannemelijk gemaakt, waardoor de tijdelijke ontheffing terecht is opgelegd.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 februari 2022.
Uitkomst: De tijdelijke vrijstelling van arbeidsverplichtingen wordt bevestigd omdat geen sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.