Uitspraak
22.877 WIA
mr. M.W.A. Blind.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als röntgenlaborante, meldde zich ziek en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat de medische rapporten zorgvuldig waren en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, met name door het ontbreken van lichamelijk onderzoek, en verzocht om een onafhankelijk deskundige. Zij stelde ook dat zij onvoldoende mogelijkheden had gehad om een eigen deskundige in te schakelen, wat een schending van het beginsel van equality of arms zou zijn.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het ontbreken van lichamelijk onderzoek niet leidt tot twijfel over de zorgvuldigheid van het onderzoek, omdat eerdere onderzoeken geen afwijkingen toonden. Appellante had bovendien de mogelijkheid gehad om medische informatie aan te leveren, maar deed dit niet. Het UWV had bovendien voldoende gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor benoeming van een onafhankelijk deskundige of toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.