ECLI:NL:CRVB:2022:2615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als assistent teamleider, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij de medische rapporten zorgvuldig en consistent achtte. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen onvoldoende waren meegewogen en verzocht om een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling voldoende was gemotiveerd, ook met betrekking tot psychische klachten zoals PTSS, en dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheidsberekening was gebaseerd medisch passend waren. De door appellant overgelegde aanvullende psychologische informatie leidde niet tot een ander oordeel. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en wijst het hoger beroep af, waardoor geen WIA-uitkering wordt toegekend.