ECLI:NL:CRVB:2022:2616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om terugwerkende kracht IVA-uitkering buiten 52 weken
Verzoekster ontving sinds 2008 een WGA-uitkering en vroeg in 2021 om een IVA-uitkering met terugwerkende kracht vanaf 2016 vanwege verslechterde gezondheid. Het UWV wees dit af omdat de wet een maximale terugwerkende kracht van 52 weken hanteert, tenzij sprake is van een bijzonder geval.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoekster ongegrond en oordeelde dat geen bijzonder geval aanwezig was, mede omdat verzoekster niet aannemelijk maakte dat zij door haar medische situatie niet eerder een aanvraag kon indienen. Verzoekster stelde in hoger beroep dat het UWV een herbeoordeling had moeten uitvoeren en dat er sprake was van een bijzonder geval.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV niet verplicht was periodiek herbeoordelingen te doen en dat verzoekster niet aannemelijk had gemaakt dat haar medische situatie haar verhinderde eerder een aanvraag te doen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.