Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.Ook eindigt de redelijke termijn op het moment dat het tegemoetkomend besluit is bekendgemaakt als daarna geen intrekking van het hoger beroep plaatsvindt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure werd een deskundige benoemd en bracht een rapport uit. Het UWV nam vervolgens een gewijzigde beslissing op bezwaar, waartegen het hoger beroep werd ingetrokken door appellant.
De Raad beoordeelde het verzoek om proceskostenvergoeding en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de door appellant gemaakte proceskosten, inclusief reiskosten. Daarnaast werd het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, omdat de totale procedureduur van ruim drie jaar en vier maanden binnen de in jurisprudentie gestelde termijn viel.
De uitspraak benadrukt de toepassing van artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht en het belang van een redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedures. De Raad wees het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelde het UWV tot een proceskostenvergoeding van €3.488,48.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten, het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.