Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:2631

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 december 2022
Publicatiedatum
8 december 2022
Zaaknummer
22/474 WUV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepschrift

Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank van 6 december 2021. De beroepstermijn bedraagt zes weken en gaat in de dag na toezending van het besluit. Het beroepschrift moest dus uiterlijk binnen zes weken na 6 december 2021 zijn ingediend.

Het beroepschrift werd echter op 28 januari 2022 ontvangen door de Sociale verzekeringsbank en op 2 januari 2022 bij de Raad binnengebracht, wat betekent dat het niet tijdig was ingediend. Appellante gaf aan dat zij vanwege haar geestelijk welzijn niet eerder kon indienen, maar dit werd niet als een geldige reden voor het verzuim erkend.

De Raad concludeerde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet in staat was haar belangen te behartigen binnen de beroepstermijn. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere inhoudelijke behandeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig indienen van het beroepschrift.

Uitspraak

Datum uitspraak: 8 december 2022
22/474 WUV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het geding tussen:
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Svb van 6 december 2021, met kenmerk BZ011465804.

OVERWEGINGEN

Ingevolge de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt het volgende.
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.
Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
Het besluit waartegen beroep is ingesteld is op 6 december 2021 aan appellante toegezonden.
Het beroepschrift is op 28 januari 2022 door de Svb ontvangen en door hem doorgestuurd naar de Raad, waar het op 2 januari 2022 is binnengekomen.
Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft nietontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Bij brief van 22 juli 2022 is aan appellante gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.
Appellante heeft daarop bij brief, ingekomen op 23 augustus 2022, geantwoord dat zij vanwege haar geestelijk welzijn niet in staat was om het beroepschrift eerder in te dienen.
Wat appellante heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. De Raad overweegt daartoe dat niet is gebleken dat appellante niet in staat is geweest om tijdens de beroepstermijn haar belangen te behartigen of te doen behartigen.
Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door Y. Sneevliet, in tegenwoordigheid van M.C.G. van Dijk als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 december 2022.
(getekend) Y. Sneevliet
(getekend) M.C.G. van Dijk
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.