ECLI:NL:CRVB:2022:2632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- L.M. Tobé
- A. BeukerTilstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag op andere gronden wegens impasse in arbeidsverhouding bij Defensie
Appellante werkte sinds 2008 bij de Koninklijke Luchtmacht en was sinds 2011 actief in een commissie. Na een ongegrond verklaarde klacht in 2014 ontstond een arbeidsconflict dat ondanks mediation en gesprekken niet werd opgelost. Appellante meldde zich in 2017 ziek en de bedrijfsarts adviseerde re-integratie in een andere functie. Appellante weigerde echter openheid te geven over de inhoud van het conflict, wat leidde tot een impasse.
In mei 2020 werd appellante ontslagen op grond van artikel 124 van Pro het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie (Bard), omdat verdere samenwerking niet mogelijk was. De rechtbank verklaarde het primaire ontslag onrechtmatig, maar handhaafde het subsidiaire ontslag wegens de impasse, die volledig aan appellante werd toegerekend.
In hoger beroep betoogde appellante dat er geen impasse was en dat de staatssecretaris onvoldoende had gedaan om het conflict op te lossen. De Raad oordeelde echter dat appellante meerdere malen was gevraagd duidelijkheid te geven over het conflict, maar dit niet deed, waardoor de impasse gerechtvaardigd was. Hoewel de staatssecretaris tekort was geschoten in re-integratie-inspanningen, droegen beide partijen bij aan de impasse.
De Raad bevestigde daarom het subsidiaire ontslag en wees een aanvullende ontslagvergoeding af, omdat geen overwegend aandeel van de staatssecretaris in het conflict bestond. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de staatssecretaris behoefde geen bespreking. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het subsidiaire ontslag op andere gronden wordt bevestigd zonder toekenning van aanvullende ontslagvergoeding.