ECLI:NL:CRVB:2022:2634
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende toekenning OVW-periodieken aan politiefunctionaris
Appellant, werkzaam als politiefunctionaris, vorderde toekenning van OVW-periodieken met terugwerkende kracht vanaf 2012. De korpschef had deze periodieken toegekend en nabetaald vanaf augustus 2020 naar aanleiding van een eerdere uitspraak van de Raad.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij het besluit van 16 december 2014 nooit had ontvangen en daardoor niet tijdig bezwaar kon maken. De Raad oordeelde dat appellant wel bekend was met het besluit in 2020 en daarna niet spoedig bezwaar heeft gemaakt, waardoor dit verweer faalde.
Verder wees de Raad het beroep af omdat appellant geen rechtsmiddelen had ingesteld tegen andere relevante besluiten en omdat de Regeling Vervroegd Uittreden losstaat van de OVW-periodieken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toekenning van OVW-periodieken met terugwerkende kracht vóór augustus 2020 wordt niet toegekend.