ECLI:NL:CRVB:2022:2639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na verlaging boete en proceskostenveroordeling
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een boetebesluit van het college van burgemeester en wethouders van Hellevoetsluis. Het college heeft vervolgens een nieuw besluit genomen waarin de boete is verlaagd naar € 906,13. Naar aanleiding hiervan heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenveroordeling van het college.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het hoger beroep gesloten. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het college veroordeeld tot betaling van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep.
De proceskosten zijn begroot op een totaalbedrag van € 2.600,-, waarbij appellant zich voor het betaalde griffierecht rechtstreeks tot het college kan wenden. De uitspraak is gedaan door J.J. Janssen, in aanwezigheid van griffier P.A.M. Hulsdouw, op 7 december 2022.
Uitkomst: Het college is veroordeeld tot betaling van € 2.600,- aan proceskosten aan appellant na verlaging van de boete en intrekking van het hoger beroep.