ECLI:NL:CRVB:2022:2656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep en veroordeling UWV in proceskosten
Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV, maar trok dit hoger beroep later in nadat het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar had genomen. De Centrale Raad van Beroep heeft op basis van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het verzoek tot intrekking van het hoger beroep aanvaard.
De Raad heeft vervolgens overwogen dat het UWV de kosten die appellante in bezwaar heeft gemaakt reeds heeft vergoed, maar dat het nog moet worden veroordeeld in de kosten die appellante in beroep en hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskostenvergoeding is vastgesteld op in totaal € 2.277,-, bestaande uit kosten in beroep en hoger beroep.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten vanwege de intrekking en heeft het UWV veroordeeld tot betaling van deze proceskosten. Appellante kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen.
De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, en uitgesproken op 7 december 2022.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.277,- aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep.