ECLI:NL:CRVB:2022:2657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-vervolguitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek bevestigd
De appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WGA-vervolguitkering te beëindigen per 14 oktober 2019, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van het UWV. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar slaagde er niet in deze met objectief medisch bewijs te onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat het medisch oordeel van het UWV voldoende gemotiveerd was. De beperking tot 32 uur per week, mede vanwege medische en paramedische behandelingen, werd als juist beoordeeld.
Ook het arbeidskundig oordeel werd bevestigd. De functies samensteller en productiemedewerker textiel zijn geschikt, ondanks de appellant zijn bezwaren over de werkomgeving. De arbeidsdeskundige had gemotiveerd dat deze functies in een rustige omgeving worden uitgevoerd zonder overschrijding van geluidsbelasting. De functie van telefonisch verkoper werd eveneens als passend beoordeeld, omdat appellant conflicten telefonisch of schriftelijk kan hanteren.
Gezien deze overwegingen werd het hoger beroep verworpen en bleef de beëindiging van de WGA-vervolguitkering in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-vervolguitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.