ECLI:NL:RBDHA:2021:8081
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering per 14 oktober 2019 bevestigd door rechtbank
Eiser, werkzaam als beveiliger, kreeg een WIA-uitkering toegekend na ziekmelding in 2015. Na een herbeoordeling op verzoek van zijn ex-werkgever stelde het UWV vast dat hij vanaf 14 oktober 2019 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering. Eiser voerde aan dat de medische rapporten onvoldoende rekening hielden met zijn klachten en intensieve behandelingen, en dat de arbeidskundige functies niet passend waren.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsartsen hun conclusies zorgvuldig en op basis van voldoende medische gegevens hadden genomen. De urenbeperking van maximaal 32 uur per week werd als passend beschouwd, ondanks de behandelingen fysiotherapie en EMDR. De arbeidsdeskundige had de functies adequaat geselecteerd en gemotiveerd waarom deze passend waren, waarbij de rechtbank het oordeel over de aard van de werkomgeving onderschreef.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard omdat hij onvoldoende medische of arbeidskundige argumenten had aangevoerd die het eerdere besluit konden weerleggen. De rechtbank vond geen reden om de beëindiging van de WIA-uitkering te herzien en wees het beroep af.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de WIA-uitkering per 14 oktober 2019 is ongegrond verklaard.