ECLI:NL:CRVB:2022:2666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar trok dit beroep later in en verzocht om proceskostenveroordeling van het college. Het college betwistte dat sprake was van tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a Awb en voerde aan dat de noodzaak tot beroep uitsluitend aan appellante zelf te wijten was.
De Raad stelde vast dat het college met het besluit van 4 maart 2020 wel degelijk tegemoet was gekomen aan appellante. De stelling van het college dat de noodzaak tot beroep alleen door appellante werd veroorzaakt, werd niet gevolgd wegens gebrek aan onderbouwing.
De Raad veroordeelde het college daarom in de proceskosten van appellante, begroot op €759,- voor zowel beroep als hoger beroep. Het griffierecht kan appellante rechtstreeks bij het college verhalen. De uitspraak werd gedaan door J.J. Janssen op 13 december 2022.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van €1.518,- aan proceskosten aan appellante.