ECLI:NL:CRVB:2022:2667

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 december 2022
Publicatiedatum
13 december 2022
Zaaknummer
20/2076 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:118 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep bestuursrechtelijke zaak

Het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Vervolgens trok het college het hoger beroep in bij brief van 7 januari 2022. Betrokkene verzocht daarop om veroordeling van het college in de proceskosten die betrokkene in verband met het hoger beroep heeft moeten maken.

De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het hoger beroep was ingetrokken en dat het verzoek om proceskostenvergoeding terecht was ingediend. Het college gaf aan bereid te zijn een deel van de kosten te vergoeden, waaronder de kosten voor het beroepschrift, het verweerschrift en de griffiekosten.

De Raad besloot dat het college veroordeeld wordt tot vergoeding van de proceskosten die redelijkerwijs zijn gemaakt voor de behandeling van het hoger beroep, begroot op € 759,- voor verleende rechtsbijstand. De vergoeding van het griffierecht dient betrokkene rechtstreeks bij het college te claimen.

De uitspraak werd gedaan door rechter J.J. Janssen en griffier P.A.M. Hulsdouw op 13 december 2022.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel is veroordeeld tot betaling van € 759,- aan proceskosten aan betrokkene.

Uitspraak

Datum uitspraak: 13 december 2022
20/2076 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 6 mei 2020, 19/4667 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel (appellant)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 7 januari 2022 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. A.L. Kuit, advocaat, verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft een verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad stelt vast dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken en dat namens betrokkene een verzoek om veroordeling van appellant in de proceskosten van betrokkene is gedaan.
Appellant heeft in zijn verweerschrift aangegeven dat hij bereid is om 1 punt te vergoeden in beroep (beroepschrift), 1 punt in hoger beroep (verweerschrift) en de gemaakte griffiekosten.
De Raad ziet aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De in beroep gemaakte kosten zijn al door de rechtbank toegekend. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 759,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht dient betrokkene zich rechtstreeks tot appellant te wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 759,-.
Deze uitspraak is gedaan door J.J. Janssen, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 december 2022.
(getekend) J.J. Janssen
(getekend) P.A.M. Hulsdouw