ECLI:NL:CRVB:2022:2691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,- en het indienen van beroepsgronden. Ondanks aanmaningen per brief en aangetekende post heeft appellante het griffierecht niet betaald en geen gronden voor het beroep ingediend.
De Raad heeft appellante telkens de gelegenheid gegeven om het verzuim te herstellen binnen gestelde termijnen, maar deze zijn ongebruikt voorbijgegaan. Op grond van de beschikbare gegevens is vastgesteld dat appellante in verzuim is geweest. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden.