Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:2696

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 december 2022
Publicatiedatum
15 december 2022
Zaaknummer
22/596 WSFBSF-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, zevende lid, AwbArt. 8:108, eerste lid, Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond wegens niet-ontvangen brieven over griffierecht bij hoger beroep

Appellant had in een vroeg stadium bij het Landelijk Diensten Centrum verzocht om vrijstelling van het griffierecht en gevraagd om correspondentie per e-mail te ontvangen vanwege vertragingen in post naar Noorwegen. Ondanks dit verzoek werden alle brieven met betrekking tot het griffierecht per gewone of aangetekende post verzonden, die appellant niet heeft ontvangen.

De Raad had het hoger beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was voldaan na afwijzing van het verzoek om vrijstelling. In het verzet is echter gebleken dat appellant niet tijdig op de hoogte was gesteld van het griffierecht, waardoor het niet voldoen hiervan niet aan hem kan worden toegerekend.

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond, vernietigt de eerdere uitspraak en zet het onderzoek voort in de stand waarin het zich bevond. Appellant krijgt de gelegenheid om zijn verzoek om vrijstelling van het griffierecht nader te onderbouwen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet; appellant krijgt gelegenheid om het verzoek om vrijstelling griffierecht nader te onderbouwen.

Uitspraak

Datum uitspraak: 15 december 2022
22/596 WSFBSF-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 20 januari 2022, 21/1619 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Noorwegen (appellant)
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 9 november 2022 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.

OVERWEGINGEN

In de uitspraak van de Raad van 9 november 2022 is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is voldaan nadat een verzoek om vrijstelling van het griffierecht is afgewezen.
In verzet is gebleken dat appellant in een vroeg stadium bij het Landelijk Diensten Centrum heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht en ook heeft verklaard dat hij correspondentie per e-mail wil ontvangen en versturen omdat post naar Noorwegen laat aankomt.
Ondanks dit verzoek zijn alle brieven die betrekking hebben op het griffierecht toch per gewone of aangetekende post verzonden. Appellant heeft deze brieven niet ontvangen.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van
9 november 2022 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Appellant zal opnieuw in de gelegenheid worden gesteld zijn verzoek om vrijstelling van het griffierecht nader te onderbouwen aan de hand van de door de Raad gevraagde informatie. Binnenkort ontvangt appellant daarover nader bericht, per email.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 december 2022.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) E. Blijleven-de Vries

EBV