ECLI:NL:CRVB:2022:2700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep en vergoeding schade wegens overschrijding redelijke termijn in WIA-uitkeringszaak
Verzoekster, een B.V., had bezwaar gemaakt tegen besluiten van het UWV omtrent de toekenning en voortzetting van een WGA-uitkering aan een voormalige werknemer. Na een langdurige bezwaar- en beroepsprocedure, waarin de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde, stelde verzoekster hoger beroep in. Dit hoger beroep werd op 14 juli 2022 ingetrokken, waarbij verzoekster tevens een verzoek deed tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de totale procedure vanaf ontvangst van het bezwaarschrift op 28 april 2015 tot intrekking van het hoger beroep op 14 juli 2022 ruim zeven jaar duurde. De redelijke termijn werd in zowel de bestuurlijke fase als de rechterlijke fase overschreden, met een totale overschrijding van circa drie jaar en drie maanden. Op basis van vaste jurisprudentie werd een schadevergoeding van €3.500,- vastgesteld, waarvan het UWV en de Staat respectievelijk een deel van €359,- en €3.141,- moesten betalen.
Daarnaast werden het UWV en de Staat veroordeeld in de proceskosten van verzoekster, begroot op €379,50, waarvan ieder de helft draagt. De uitspraak werd gedaan door J.S. van der Kolk namens de Centrale Raad van Beroep op 14 december 2022.
Uitkomst: Het UWV en de Staat worden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en in de proceskosten.