ECLI:NL:CRVB:2022:2711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening, intrekking en terugvordering bijzondere bijstand wegens fraude
Appellant ontving bijzondere bijstand voor griffierecht en rechtsbijstandskosten, waarvoor later bleek dat de aanvragen frauduleus waren. De gemeente trok de bijstand deels in en vorderde een bedrag van ruim €13.700,- terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en in hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
Uit het onderzoek blijkt dat appellant op de hoogte was van de frauduleuze aanvragen die op zijn naam zijn ingediend, onder meer omdat vervalste documenten en aanvragen op zijn laptop werden gevonden. De stelling van appellant dat een kennis verantwoordelijk was, wordt niet gevolgd vanwege gebrek aan bewijs. Hierdoor is de inlichtingenplicht geschonden en is de intrekking en terugvordering terecht.
Daarnaast is vastgesteld dat de kosten waarvoor bijzondere bijstand werd toegekend zich niet hebben voorgedaan, omdat de procedures niet zijn doorgegaan. Ook dit rechtvaardigt herziening en terugvordering. Appellant voerde nog aan dat het college niet in redelijkheid mocht terugvorderen en dat er dringende redenen waren, maar deze gronden werden verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijzondere bijstand wegens fraude.