ECLI:NL:CRVB:2022:2722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen OV-schuld wegens termijnoverschrijding
Appellant heeft studiefinanciering aangevraagd en ontvangen, gekoppeld aan een reisrecht. Na beëindiging van de studie ontstond een OV-schuld door een reisproduct op zijn OV-chipkaart terwijl hij daartoe geen recht had. De minister stuurde betalingsverzoeken en aanmaningen, waarop appellant bezwaar maakte, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
De rechtbank oordeelde dat de besluiten correct digitaal via Mijn DUO waren bekendgemaakt en dat de medische aandoeningen van appellant onvoldoende waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen en voerde aan dat het niet duidelijk was dat hij een schuld had en dat zijn aandoeningen hem belemmerden.
De Raad stelde vast dat appellant regelmatig Mijn DUO gebruikte en berichten over de schuld ontving. De Raad oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was omdat appellant geen maatregelen had getroffen om zijn belangen te laten behartigen, conform vaste rechtspraak. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens termijnoverschrijding.