ECLI:NL:CRVB:2022:2728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen duurzame arbeidsongeschiktheid en afwijzing schadevergoeding in WIA-procedure
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep behandeld tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake de beoordeling van arbeidsongeschiktheid van appellant.
De rechtbank had het beroep tegen de oorspronkelijke beslissing op bezwaar gegrond verklaard, maar het beroep tegen de gewijzigde beslissing ongegrond verklaard. Deze gewijzigde beslissing stelde dat appellant vanaf 24 april 2018 volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is.
De Raad sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en oordeelt dat de gronden van appellant in hoger beroep niet leiden tot een ander oordeel. De bezwaren tegen de Functionele Mogelijkhedenlijst worden niet besproken omdat appellant er in deze procedure niet beter van kan worden. Er is geen sprake van duurzame arbeidsongeschiktheid.
De verzekeringsarts heeft op inzichtelijke wijze aangegeven welke verbeteringen in belastbaarheid verwacht worden na behandeling van de psychische klachten. Gezien deze uitkomst is een schadevergoeding niet aan de orde en wordt het verzoek om vergoeding van wettelijke rente afgewezen. Ook worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet duurzaam arbeidsongeschikt is en wijst het verzoek om schadevergoeding af.