ECLI:NL:CRVB:2022:2730

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 december 2022
Publicatiedatum
20 december 2022
Zaaknummer
21 / 1536 PW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in sociale zekerheidszaak

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft appellante het hoger beroep ingetrokken tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Het hoger beroep betrof een sociale zekerheidszaak waarbij appellante geen bijstandsuitkering meer geniet.

Appellante verzocht de Centrale Raad van Beroep om het college van burgemeester en wethouders van Schiedam te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft geen verweerschrift ingediend en het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten conform artikel 8:57 Awb Pro.

De Raad overweegt dat een proceskostenveroordeling alleen mogelijk is indien sprake is van een tegemoetkomend besluit van het bestuursorgaan zoals bedoeld in artikel 8:75a Awb. Nu appellante het beroep introk omdat zij geen bijstandsuitkering meer ontvangt en er geen tegemoetkomend besluit is, wordt het verzoek afgewezen.

De uitspraak is gedaan door J.J. Janssen, in aanwezigheid van griffier D. van der Boom, en uitgesproken op 20 december 2022.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen wegens ontbreken van een tegemoetkomend besluit.

Uitspraak

Datum uitspraak: 20 december 2022
21/1536 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
19 maart 2021, 20/4492 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Schiedam (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. I. Car, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 28 juli 2022 heeft mr. Car namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat zij geen bijstandsuitkering meer geniet. Er is geen sprake van een tegemoetkomend besluit in de zin van artikel 8:75a van de Awb. Het verzoek om een proceskostenveroordeling wordt dan ook afgewezen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door J.J. Janssen, in tegenwoordigheid van D. van der Boom als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 december 2022.
(getekend) J.J. Janssen
(getekend) D. van der Boom