Uitspraak
18.6536 WIA
OVERWEGINGEN
.De deskundige heeft geen reden gezien voor een arbeidsduurbeperking.
Centrale Raad van Beroep
Werknemer is sinds 8 juni 2015 uitgevallen wegens rugklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 69,83% op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek.
Appellante, de werkgever, maakte bezwaar tegen deze vaststelling en voerde aan dat werknemer meer beperkingen heeft dan vastgesteld, met name op lopen, zitten en staan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep werd een onafhankelijke deskundige benoemd die de beperkingen nauwkeurig onderzocht en een aangepast Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opstelde.
De deskundige concludeerde dat werknemer beperkt is tot twee uur lopen en staan per werkdag en maximaal acht uur zitten met afwisseling. Het UWV paste de FML aan en handhaafde de mate van arbeidsongeschiktheid. De Raad volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat het UWV het bestreden besluit met een toereikende medische onderbouwing heeft gemotiveerd.
De Raad oordeelde dat de functie medewerker receptie met voorzieningen als een goede voetensteun redelijkerwijs kan worden verwacht en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld. Het hoger beroep werd afgewezen, het bestreden besluit bevestigd en het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit van het UWV wordt bevestigd met een vaststelling van 69,83% arbeidsongeschiktheid.