Uitspraak
20.4321 WAJONG
5 november 2020, 19/1719 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg op grond van de Wajong een uitkering aan omdat hij geen arbeidsvermogen heeft. Het UWV verrichtte medisch en arbeidskundig onderzoek en concludeerde dat appellant geen basale werknemersvaardigheden bezit, maar deze wel kan ontwikkelen met adequate begeleiding. Het UWV wees de aanvraag af omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij niet in staat is om arbeidsvermogen te ontwikkelen vanwege zijn verstandelijke beperking en geringe leervermogen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV een zorgvuldig onderzoek had verricht en dat er voldoende aanwijzingen zijn dat appellant met begeleiding basale werknemersvaardigheden kan ontwikkelen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep volgde het UWV en de rechtbank. De Raad oordeelde dat de rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende gemotiveerd zijn en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie kan ontwikkelen. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de Wajong-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.