ECLI:NL:CRVB:2022:2765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid, herstelprocedure opgelegd
Appellant, werkzaam als afwasser/schoonmaker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens fysieke en psychische klachten na een steekpartij. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. In bezwaar en beroep werd dit oordeel bevestigd zonder dat appellant fysiek werd onderzocht door een verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek in de bezwaarfase niet zorgvuldig is verricht, omdat appellant niet fysiek is onderzocht door een verzekeringsarts terwijl hij relevante medische klachten aanvoert, waaronder intercostaal neuralgie. De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie dat in dergelijke gevallen een fysiek spreekuurcontact vereist is tenzij dit gemotiveerd achterwege kan blijven.
De Raad beveelt het UWV aan het besluit te herstellen door een fysiek onderzoek te laten verrichten door een verzekeringsarts bezwaar en beroep, met bijzondere aandacht voor de klachten aan ribben, linkerarm en schouder. Andere gronden van het hoger beroep blijven onbesproken en er wordt nog geen uitspraak gedaan over de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de WIA-uitkering wordt vernietigd en het UWV krijgt opdracht tot aanvullend fysiek onderzoek.