ECLI:NL:CRVB:2022:2785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag opvang op grond van de Wmo 2015 wegens voldoende doen- en regievermogen
Appellante heeft een aanvraag ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam voor opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college heeft deze aanvraag geweigerd omdat appellante geacht wordt zich op eigen kracht te kunnen handhaven en opvang ontvangt via stichting Humanitas.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat sprake was van dreigende dakloosheid en dat haar psychische problematiek haar belemmerde zelf onderdak te vinden. Het college stelde dat appellante inmiddels andere huisvesting had gevonden en dat er geen sprake was van dreigende dakloosheid.
De Raad oordeelde dat appellante voldoende doen- en regievermogen heeft om zelf in onderdak te voorzien, mede omdat zij rechtmatig in Nederland verbleef, werkte, inkomen ontving en aanspraak kon maken op aanvullende bijstand. De stelling dat psychische problemen haar belemmerden was onvoldoende onderbouwd. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag opvang op grond van de Wmo 2015 wordt bevestigd.