Appellante vroeg een nabestaandenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) nadat haar echtgenoot was overleden. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de Anw op het moment van overlijden. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het bezwaar te laat was ingediend. Appellante stelde dat zij het besluit later had ontvangen vanwege problemen met het postverkeer tussen Nederland en Marokko door coronamaatregelen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is vanwege de gebrekkige verzendadministratie van de Svb en de vertragingen in het postverkeer. Daarom is het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de Svb en beveelt hernieuwde beslissing op het bezwaar.