ECLI:NL:CRVB:2022:2809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een WIA-zaak. Het UWV nam op 2 augustus 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarmee het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van beroep wegens tegemoetkoming in bezwaar kan worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Het UWV stemde in met de gevraagde vergoeding.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van € 2.277,- aan proceskosten, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep. Het griffierecht kan appellant rechtstreeks bij het UWV verhalen. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en de uitspraak werd op 23 december 2022 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.277,- aan proceskosten aan appellant.