ECLI:NL:CRVB:2022:2811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Het UWV nam op 22 april 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar die tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Vervolgens trok appellant op 9 juni 2022 het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
Het UWV gaf aan bereid te zijn de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep en het griffierecht te vergoeden, waarbij de kosten uit de bezwaarfase reeds waren vergoed. De Raad stelde vast dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven en sloot het onderzoek.
De Raad oordeelde dat het UWV in de proceskosten moest worden veroordeeld voor de kosten die appellant redelijkerwijs in beroep en hoger beroep had moeten maken. De proceskosten werden begroot op €1.518,- voor beroep en €759,- voor hoger beroep, totaal €2.277,-. De vergoeding van het griffierecht kan appellant rechtstreeks bij het UWV claimen.
De uitspraak werd gedaan door F.M. Rijnbeek, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, en uitgesproken op 23 december 2022.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van €2.277,- aan proceskosten aan appellant.