Uitspraak
19 4987 WIA
PROCESVERLOOP
L. Greveling-Fockens benoemd als onafhankelijk deskundige. Op 21 maart 2022 heeft de deskundige een rapport uitgebracht.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatstelijk werkzaam als fulltime bankwerker, is sinds 12 juni 2013 ziekgemeld en ontving vanaf 12 augustus 2015 een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 100%. Na een herbeoordeling heeft het UWV op 17 mei 2018 vastgesteld dat appellant voor 45,53% arbeidsongeschikt is, waarbij bezwaar ongegrond werd verklaard. De rechtbank Rotterdam heeft dit besluit bevestigd.
In hoger beroep betoogt appellant dat zijn beperkingen zijn onderschat en dat het UWV onvoldoende informatie heeft ingewonnen bij zijn behandelaars. Hij wijst op een brief van een anesthesioloog die zijn klachten bevestigt en stelt dat hij 80 tot 100% arbeidsongeschikt is. De Raad benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts die het eerdere oordeel bevestigde en geen medische noodzaak zag voor een urenbeperking.
De Raad oordeelt dat het deskundigenrapport zorgvuldig, inzichtelijk en consistent is en dat alle relevante medische gegevens zijn betrokken. De bezwaren van appellant leiden niet tot een ander oordeel. Er is geen reden om te twijfelen aan de medische geschiktheid van de voor appellant geduide functies. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant voor 45,53% arbeidsongeschikt is verklaard en verklaart het hoger beroep ongegrond.