ECLI:NL:CRVB:2022:2830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening Wajong-uitkeringsbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft in 2017 een Wajong-uitkering aangevraagd die door het UWV is afgewezen. Na bezwaar en beroep is dit besluit gehandhaafd en door de Raad ongegrond verklaard. In 2019 diende appellante een nieuwe aanvraag in, die door het UWV werd gezien als een verzoek om terug te komen van het eerdere besluit. Dit verzoek werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren gebleken die aanleiding gaven tot herziening.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische stukken die appellante overlegde betrekking hadden op haar actuele situatie en niet op de beoordelingsdatum van het oorspronkelijke besluit. Ook was er geen sprake van een Amber-situatie die zou leiden tot een toegenomen arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep heeft appellante haar standpunt herhaald, maar de Raad oordeelt dat dit geen nieuwe feiten bevat en het besluit van het UWV zorgvuldig en deugdelijk is gemotiveerd. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen van het Wajong-besluit wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.