Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:2834

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 december 2022
Publicatiedatum
27 december 2022
Zaaknummer
22/864 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:118 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door UWV

De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Het hoger beroep werd door het UWV ingetrokken bij brief van 25 augustus 2022. Betrokkene verzocht daarop om een proceskostenveroordeling tegen het bestuursorgaan.

De Centrale Raad van Beroep heeft op basis van artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht overwogen dat het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep kan worden veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij. Omdat het UWV geen verweer voerde tegen de gevorderde proceskosten, werd het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten.

De proceskosten werden begroot op € 759,-, gebaseerd op 1 punt voor het indienen van een verweerschrift. De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV tot betaling van dit bedrag aan betrokkene. De uitspraak werd gedaan op 23 december 2022 door rechter F.M. Rijnbeek, in aanwezigheid van griffier H. Alajai.

Uitkomst: Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is veroordeeld tot betaling van € 759,- aan proceskosten aan betrokkene.

Uitspraak

Datum uitspraak: 23 december 2022
22/864 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 maart 2022, 20/6797 ZW (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)
[Naam B.V.] te [vestigingsplaats] (betrokkene)
[Naam ex-werknemer] te [woonplaats] (ex-werknemer)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 25 augustus 2022 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. K. Gomes verzocht appellant te veroordelen in de
proceskosten in hoger beroep.
Appellant heeft bij brief van 10 oktober 2022 meegedeeld geen verweer te voeren tegen de verzochte proceskostenveroordeling.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:118, eerste lid, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 759,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van een verweerschrift).

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 759,-.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2022.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) H. Alajai