Uitspraak
19.3213 ZW
27 juni 2019, 18/1371 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant inzake een socialezekerheidszaak. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht om een proceskostenveroordeling tegen het UWV.
De Raad benoemde een deskundige en ontving rapporten van medische adviseurs die door appellante waren ingeschakeld. De Raad beoordeelde welke kosten redelijkerwijs voor vergoeding in aanmerking kwamen, waarbij onder meer gekeken werd naar de maximale uurtarieven volgens het Besluit tarieven in strafzaken 2003 en uitsluitingen zoals reistijd- en kilometervergoedingen.
Uiteindelijk veroordeelde de Centrale Raad het UWV tot betaling van een bedrag van €4.761,02 aan proceskosten aan appellante. Het griffierecht kan appellante rechtstreeks bij het UWV verhalen. De uitspraak werd gedaan door rechter H.G. Rottier, in aanwezigheid van griffier K.M. Geerman, op 29 december 2022.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €4.761,02 aan proceskosten aan appellante.